Home > De Boeken > Het Kleine Huis in het Grote Bos > Liedjes en Versjes

 
 
 
 
 
 
 

Liedjes en Versjes

Versje op pagina 24 en 25:
Op maandag wassen.
Op dinsdag strijken.
Op woensdag verstellen.
Op donderdag karnen.
Op vrijdag boenen.
Op zaterdag bakken.
Op zondag rusten.

Liedje op pagina 30 en 31:
Yankee kwam naar de stad
en stond er rond te staren.
Hij zei: De stad was niet te zien,
omdat er huizen waren.
Hij zag er ook kanonnen staan,
reusachtige kolossen.
En draaide die kanonnen rond,
dan ging dat met vier ossen.
En kwam er vuur uit zo'n kanon,
dan gaf dat een gedaver.
Dat klonk echt stukken harder dan,
een schot in 't bos bij vader.
En ik zing Yankee Doodle-dee-doo,
en ik zing Yankee Doodle,
en ik zing Yankee Doodle-dee-doo,
en ik zing Yankee Doodle.

Liedje op pagina 68:
'k Wil U, o God, mijn dank betalen,
U prijzen in mijn avondlied.
Het zonlicht moge nederdalen,
maar Gij, mijn Licht, begeeft mij niet.

Liedje op pagina 69 en 70:
Een stuiver voor een garenklos,
een stuiver voor een naainaald.
Dat is de weg die stuivers gaan...
Floep! (zie pa's vinger op de snaar)
zei de wezel (dat zong duidelijk de viool)
Rond en rond de keukenkruk
joeg de aap de wezel.
De koster kuste de keukenmeid...
Floep! zei de wezel.

Liedje op pagina 80:
De mirte en klimop droegen knoppen.
In de ochtend zongen vogels hun lied.
En de zon scheen al rood op de heuvels
toen mijn liefste dit leven verliet.

Liedje op pagina 89:
Ik ben Kapitein Klucht van de zeelui te paard.
Mijn paard is mager en dun is zijn staart.
Mijn lach en mijn dronk zijn wijd vermaard,
want ik ben Kapitein Klucht van de zeelui te paard,
ik ben kapitein van het leger!

Liedje op pagina 117:
Paleizen en feestroes, zilver of goud
ruil ik nimmer voor de eenvoud
van ons huis in het woud.

Liedje op pagina 127:
Oom Free is dood, de brave man.
We zien hem nooit terug.
Hij droeg een oude grijze jas
met panden op zijn rug.
Zijn vrouw die maakte maag're kaas,
de wei was voor oom Free.
Toen kwam uit oost een westenwind
en die nam Free-oom mee.

Liedje op pagina 153:
O, Susanna, huil niet, mijn lieve vrouw.
Ik ga naar Californië
en ik vind goud voor jou.

Liedje op pagina 153:
Vergeet de oude vriendschap niet,
want die keert nimmer weer.
Vergeet de oude vriendschap niet
en de dagen van weleer.
De dagen van weleer, mijn vriend,
de dagen van weleer.
Vergeet de oude vriendschap niet,
en de dagen van weleer.

 

 
 
Het Kleine Huis op de Prairie