Home > De Boeken > Het Kleine Huis op de Prairie > Liedjes en Versjes

 
 
 
 
 
 
 

Liedjes en Versjes

Liedje op pagina 51:
Ja, ik ben een heidens heer!
Ik kom en ga naar mijn lust!
Ik trek mijn oude slaapmuts neer
en ik ben gesteld op mijn rust.
Ja, - ik - ben - een - hei- - dens - HEER!

Liedje op pagina 54:
Ouwe Dan Tucker was een enige man;
hij waste zijn snuit in de koekenpan,
hij kamde zijn haar met een wagenwiel
en stierf aan de kiespijn in zijn hiel.
Dan Tucker maakt haast voor het avondsouper.
Hij is al te laat, het zit hem niet mee.
Het eten is op en de keuken gedaan,
geen stukje lekkers is blijven staan.
Ouwe Dan Tucker ging naar de stad,
reed op een ezel, bracht ook zijn kat...
Dan Tucker maakt haast voor het avondsouper.
Hij is al te laat, het zit hem niet mee.

Liedje op pagina 145:
Kindje mag niet klagen;
vader is gaan jagen;
vader brengt een mooie vacht,
voor kindjes bedje warm en zacht.

Liedje op pagina 150:
Zo groen als klimop,
zo zwart is de rouw
die ik voel, mijn lief,
bij het afscheid van jou.

Liedje op pagina 169:
Zo klonk het lied van schone Alfarata,
dicht bij het water van de blauwe Juniata.
Jaren vervlogen en pakten de stem van Alfarata.
Stil stroomt het water van de blauwe Juniata.

Liedje op pagina 182:
Bonensoep heet, bonensoep koud,
vers van het vuur, acht dagen oud.
Jij lust het heet, jij lust het koud,
vers van het vuur, acht dagen oud.
Ik lust het heet, ik lust het koud,
vers van het vuur, acht dagen oud.

Liedje op pagina 236:
Ik ging naar CaliforniŽ,
met mijn goudpan op mijn rug.
En aldoor als ik dacht aan huis,
dan wou ik graag terug.

Liedje op pagina 238:
Roei voort, roei over het water zo blauw,
als een veer naar de einder vaar ik met jou.
Roei de boot zachtjes, lief, over de zee,
bij dag en bij nacht zwerft mijn hart met je mee.

 

 
 
Het Kleine Huis op de Prairie